ga naar homepagina

3 Octoberstraat 11
2313 ZL Leiden
tel. 071 - 5131024
fax 071 - 5125846

 
De erfenis van Timur Lenk
       
  De taxichauffeur die ons het oude centrum van Samarkand binnen rijdt, wijst op een paar agenten bij een wegversperring, laat boos zijn stuur los en kruist zijn beide armen over elkaar: de kortste weg vanaf het busstation is afgesloten, 'Zakrita'. Hij geeft vol gas om ons met een omweg toch zo snel mogelijk naar ons hotel te brengen.

Hotel Samarkand leek ons van alle hotels uit de Lonely Planet de beste keus. Voor dertig dollar per nacht zou dit oude staatshotel een kamer met uitzicht op de oude stad bieden. Een uitzicht waarover Colin Thubron schreef: 'een wirwar van rode en grijze daken - wrakgoed van blik en asbest dat dreef op een deining van bomen -, bezaaid met turquoise koepels en minaretten. Daarachter glinsterde een lange rug van sneeuwtoppen, die eeuwenoude bescherming leken te bieden.'
De chauffeur zet ons af aan de overkant van een grote rotonde die geasfalteerd wordt. Hoewel de schemering begint in te vallen, wordt er nog volop gewerkt. Het hotel staat precies op de juiste plek voor ons begeerde uitzicht, maar kost vandaag zeventig dollar en is bovendien vol. De receptioniste geeft ons een adres van een 'private hotel'. Wat dat precies is weet ze niet, we moeten het maar proberen. Het is op loopafstand.

Buiten zijn de lichten ontstoken om de werkzaamheden in volle gang door te laten gaan. Fonteinen worden getest, aan bloemperkjes wordt de laatste hand gelegd. Wij worden langs de zijkant van een brede weg geleid die naar vers asfalt ruikt.
Als in een sprookje licht rechts van ons opeens een grote turquoise koepel op, geheel geribbeld, met aan beide zijkanten een minaret: de Gur Emir, het mausoleum van Timur Lenk, de grote veroveraar die de stad rond 1400 heeft verrijkt met de gebouwen waarvoor wij nu naar Samarkand komen. Een brede laan leidt erheen, zodat het mausoleum in al zijn glorie tot zijn recht komt. Mooier dan nu, bij verrassing opduikend uit de duisternis, kan hij zich niet aan ons tonen.

Ons hotelletje ligt net voorbij de Registan, het beroemdste plein van Centraal Azië. Drie grote medresses waarvan alle muren zijn versierd met ingelegde motieven, staan aan drie zijden van het vierkante plein. De drie grote façades, de koepels en minaretten zijn bewerkt met uitbundige mozaiekpatronen. Nergens ter wereld is een plein dat zo'n rijkdom laat zien aan keramische versierkunst. Als het plein links van ons verschijnt, is er van alles op te doen. Aan de straatkant, de enige open kant van de Registan, worden tribunes gebouwd. Het plein erachter is fel verlicht, er worden dansen uitgevoerd en aan de overkant loopt een rij middeleeuwse lansiers te paraderen. Als we in de richting van de tribunes lopen, stuiten we op een soldaat die de armen kruist: 'Zakrita'. We mogen het plein niet op.

Even verder slaan we een smal straatje in met aan beide kanten muren met hier en daar een dichte deur. Al snel arriveren we bij Hotel Furkat. En jawel, we worden dit keer gastvrij binnengelaten. Een levendige man van tegen de dertig stelt zich voor als Furkat. Wij betreden een binnenplaats waarop twee kleine meisjes bij een kraantje kopjes staan af te spoelen, samen met oma. Rond de binnenplaats zien we aan drie kanten woonvertrekken, aan de vierde kant een veranda met een lange tafel voor het ontbijt en avondeten van de gasten.
Furkat is de eerste particulier in Samarkand die zelfstandig een eigen hotel is begonnen en beschikt nu over een van de beste privéhotels van de stad. Tot voor kort had Uzbektourism het monopolie op het toerisme, net als Intourist in de Sovjet-tijd, waaruit dit staatsbedrijf is voortgekomen. Nu wordt het toerisme nog wel gecontroleerd door Uzbektourism, maar is er ruimte voor privé-initiatief. Wij boffen dat we hem gevonden hebben: dit traditionele Oezbeekse huis met zijn gezellige binnenplaats, aardige mensen en diners met de andere gasten, lijkt ons verre te prefereren boven een onpersoonlijk staatshotel als Hotel Samarkand, ook al moeten we over de binnenplaats naar het toilet en is de sauna nog niet af.

Even na half acht schuiven op de veranda twee bejaarde Amerikanen aan tafel die gisteren zijn aangekomen. Zij kunnen ons vertellen wat er in Samarkand aan de hand is: de stad bereidt zich voor op het feest van de 660e geboortedag van Timur Lenk, de nieuwe vader des vaderlands, symbool van de jonge onafhankelijke natie en het grootse verleden. Kosten noch moeite worden gespaard om het feest te doen slagen. Oezbekistan moet die dag trots zijn op het Samarkand van Timur en het Oezbekistan van president Karimov. Aan de hoge buitenlandse gasten moet Samarkand opnieuw als parel van Centraal Azië getoond worden. De stad heeft nog drie weken om zich op het feest voor te bereiden, dat op 25 oktober zal worden gevierd. Toeristen zoals wij, die in de weken daarvoor naar Samarkand zijn gekomen, hebben pech: bijna alle gebouwen uit Timurs tijd zijn voor het publiek gesloten.

Mede dankzij Karimovs nationalisme en hang naar het roemrijke verleden, kan Samarkand aan zijn nieuwe jeugd beginnen, hierbij geholpen door de Unesco die de restauraties van de oude gebouwen financiert. Het is de zoveelste keer dat de stad zich opricht. Al ten tijde van Alexander de Grote was hij beroemd om zijn schoonheid. Toen Alexander de stad in 329 voor Christus innam, na een lange barre tocht door de woestijn, sprak hij: 'al wat ik hoorde over de schoonheid van de stad is waar, behalve dat ze veel mooier is dan ik had verwacht'. Na een lange periode van verval maakte de stad in de negende en tiende eeuw opnieuw een langdurige bloeiperiode door. Hier verzamelden zich wetenschappers, dichters en kunstenaars. De stad telde 400.000 inwoners, meer dan tegenwoordig. Veel van de welvaart was te danken aan de centrale ligging aan de zijderoute: nadat de karavanen over de hoge passen van de Pamirs en de Tien Shan waren getrokken, of door de barre woestijnen ten zuiden en westen van de stad, streken ze neer in de vruchtbare oase van Samarkand om er hun kostbare waar te verhandelden. Van het Samarkand uit die tijd is echter bijna niets meer over. In 1220 trof de stad hetzelfde lot als destijds zovele steden: Djengis Khan kwam langs met zijn Mongoolse horden. De stad werd met de grond gelijk gemaakt, de bevolking massaal om het leven gebracht of meegenomen als levend schild bij volgende veroveringen. Djengis Khan hield niet van steden, hij hield meer van overzichtelijke vlakten. Wie Djengis Khan noemt, noemt vaak in één adem ook Timur Lenk. Twee eeuwen later groeide Timur, die zijn legers overal zelf aanvoerde, uit tot de grootste veroveraar aller tijden. Uiteindelijk beheerste hij heel Centraal Azië, Afghanistan, Noord-India (tot in Delhi), Perzië, Irak, Anatolië (Turkije), Klein-Azië, de Kaukasus en een groot stuk van Rusland. Hij heeft met zijn legers voor Moskou gestaan. Net als Djengis was hij meedogenloos voor de veroverde volken. Zeventien miljoen doden hebben zijn veroveringstochten gekost. Berucht zijn zijn slachtingen: 2000 opstandige inwoners van Isfahan (Iran) die levend op elkaar zijn gegooid om in lemen torens te worden gemetseld. Bij de verovering van Delhi doodde hij eerst 100.000 hindoe-gevangenen, waarna hij in de stad even zoveel inwoners over de kling joeg. Toen hij Smyrna (nu het Turkse Izmir) had veroverd, bekogelde hij de vluchtende Christelijke vloot met de hoofden van de gesneuvelde ridders. Berucht zijn ook de pyramides van schedels die hij liet oprichten na strafexpedities naar opstandige steden, zoals Bagdad. Maar Timur bouwde in tegenstelling tot Djengis niet alleen met schedels. Hij maakte Samarkand tot hoofdstad van zijn rijk, haalde overal de beste handwerkslieden vandaan en liet de stad volbouwen met de prachtigste moskeeën, medresses en mausolea, zoals de Gur Emir, de Bibi Chanoum-moskee en de Shah-i-Zinda. Stuk voor stuk behoren zij tot het mooiste uit de islamitische architectuur. Twintig jaar na Timurs dood, ten tijde van Timurs kleinzoon Ulug Beg, bereikte Samarkand zijn absolute hoogtepunt op cultureel, economisch en wetenschappelijk gebied. Het rijk was tot zijn maximale omvang uitgedijd. Koning Ulug Beg was in zijn tijd de beroemdste wiskundige en astronoom. Hij bouwde het grootste observatorium van zijn tijd en bepaalde de lengte van het jaar tot op één minuut nauwkeurig.

Een eeuw na Timurs dood viel het rijk uiteen en raakte de stad opnieuw in verval. Hij viel in handen van de emir van Bouchara. Halverwege de 19e eeuw drongen de expanderende Russen door in Centraal Azië. Samarkand viel als een van de eerste steden, niet veel later beheerste Rusland de hele regio. Rond de eeuwwisseling waren de oude gebouwen van Samarkand geheel vervallen tot ru‹nes. Niemand bekommerde zich om de resten, en zeker niet de latere communistische machthebbers, die elke uiting van geloof fel bestreden. En Timur werd in de communistische schoolboekjes afgeschilderd als bloeddorstige tiran, geen voorbeeld voor het volk, integendeel.

We lopen het hotel uit en zien opeens aan het eind van het straatje, ver boven de laagbouw van de oude stad, een turquoise geribbelde koepel in het zonlicht schitteren: de Bibi Chanoum. Een opwindend moment, zo plotseling één van de koepels te zien van de beroemdste moskee van Centraal Azië (en ver daarbuiten). We lopen verder, zien een kleine minaret verschijnen, en een deel van een glinsterende façade met arabische sierletters en daaronder, in witte steen, een spel van buigende lijnen en paarse sterren. Als we dichtbij komen is de Bibi Chanoum, die overal hoog bovenuit torent, nog steeds niet in zijn geheel te zien. Tien meter hoge muren, over de gehele lengte voorzien van regelmatige tegelpatronen, omsluiten het terrein met achteraan een grote moskee en aan beide zijkanten twee kleinere moskeetjes. De grote moskee heeft een grote gladde blauwe koepel die bijna geheel schuilgaat achter de glinsterende façade. Overal worden restauratiewerkzaamheden uitgevoerd. Aan de voorzijde van het complex wordt de gigantische hoofdpoort met behulp van hijskranen opnieuw opgebouwd. Grote betonnen platen overspannen de ruimte tussen de twee torens aan weerszijden, die op hun beurt ook in de steigers staan. E‚n ervan symboliseert het verleden: de top ontbreekt volledig, de toren eindigt in kale steen. De ander ziet er geheel als nieuw uit. Op alle vier de hoeken van het complex staan minaretjes die nog niet tot halverwege de koepels en de torens komen. Een ervan staat nog in de steigers, net als veel muren van de moskeeën op het binnenterrein. Daarmee is de Bibi Chanoum bij uitstek het symbool van de zoveelste wederopstanding van Samarkand: verval maakt opnieuw plaats voor uitbundige schoonheid. De Gur Emir en de Registan naderen hun voltooiing, de Bibi Chanoum is nog lang niet af. Over alle muren loopt een grillige lijn die de scheiding tussen oud en nieuw markeert; erboven is het mozaiekwerk licht en helder, eronder donkerder en doffer. Ook ansichtkaarten en foto's uit verschillende boeken laten zien hoe men met de Bibi Chanoum gevorderd is. Het meest onthutsend zijn foto's uit het begin van de eeuw: majestueuze brokken muur rijzen als een soort spitsbergen omhoog uit een zee van marktkraampjes. Alleen de koepel van de grootste moskee staat nog overeind, weliswaar flink ingescheurd, samen met wat resten van de hoofdpoort. De andere moskeeën zijn vervallen tot groteske hompen steen. Recentere foto's en ansichtkaarten laten veel van het herstel zien, doch geen foto toont minaretten op de hoeken van het complex, of een hoofdpoort: tussen twee afgebrokkelde torens gaapt een groot gat, op sommige met een hijskraan erin.

In feite is de Bibi Chanoum, genoemd naar de favoriete vrouw van Timur, nooit lang intact geweest. Timur had zijn bouwmeesters tot te veel haast en te grootse plannen opgezweept. Toen hij vol trots terugkeerde van de plundering van Delhi, gaf hij in 1398 opdracht met grote spoed de grootste en mooiste moskee ter wereld te bouwen. Na vijf jaar was het voor die tijd gigantische complex af, net voor zijn dood in 1405. Als hij niet buitenshuis was inspecteerde Timur dagelijks de bouw, daarbij iedereen manend tot meer haast. Toen hij halverwege de bouw van een van zijn expedities terugkeerde, viel de hoofdpoort hem zo tegen dat hij beval hem af te breken, een twee maal zo grote te bouwen en de architect op te hangen. De poort vertoonde nog tijdens Timurs leven de eerste scheuren. De muren begonnen niet lang daarna af te brokkelen. De fundamenten bleken niet sterk genoeg om de muren, torens, bogen en koepels langdurig te kunnen dragen. Regelmatige aardbevingen bespoedigden het verval, evenals plunderingen, onder anderen door de emir van Bouchara, die de edelmetalen eruit liet halen om er munten van te slaan.

Vreemd genoeg waren het niet de islamitische heersers die besloten de Bibi Chanoum, net als de Registan en de Gur Emir, in ere te herstellen. Nee, het waren in de zeventiger jaren juist de oude onderdrukkers van het geloof, de Russen. Bevreesd als zij waren dat de oorlog in Afghanistan tot onrust onder de islamitische volkeren in het aangrenzende Centraal Azië zou leiden, besloten zij ze te paaien met de renovatie van de oude gebouwen. Maar ze deden het op wijze die het communisme zo eigen was: zonder bezieling, snel en goedkoop. Ze bouwden niet voor de eeuwigheid. Ze metselden de tegelpatronen direct op de oude muren, maar dat houdt niet in het extreme landklimaat waar 's zomers de temperaturen tot 50 graden oplopen en het 's winters hard vriest. Het begon al snel weer af te brokkelen. Nu worden op de muren eerst frames van staaldraad gemaakt waarop de tegeltableaus worden gemetseld. De lucht tussen de muur en het mozaiekwerk moet voorkomen dat de prachtige huid lijdt onder de rek- en krimpeffecten in de muren. Wij zien de huid groeien: op de steigers staan bouwvakkers het stalen vlechtwerk rond de muur met geel cement in te smeren, waarna anderen er vierkante plakkaten met ingelegde tegeltableaus tegenaan plakken die beneden zijn klaargemaakt. Plakkaat na plakkaat nadert de Bibi Chanoum zijn voltooiing. Toch gaat de renovatie ook nu veel te snel. Karimov heeft evenveel haast als destijds Timur. In 1991, net nadat Oezbekistan onafhankelijk geworden was, verordonneerde hij dat honderden moskeeën, medresses, mausolea en andere bouwwerken, de meesten uit Timurs tijd, in tien jaar tijd moesten worden hersteld. Voor de gebouwen in Samarkand werd vijf jaar uitgetrokken, vanwege het naderende feest van Timurs 660e geboortedag. Bij gebrek aan voldoende vaklieden zijn er op grote schaal onervaren mensen ingezet. Opnieuw brokkelt hier en daar al weer af wat net is gerestaureerd. De grootste fout uit Timurs tijd, bouwen op te zwakke funderingen, wordt dunnetjes overgedaan: op de oude slechte funderingen worden muren en bogen gebouwd met zwaardere materialen dan destijds. Ook nu is er geen rekening gehouden met de aardbevingen die dit gebied regelmatig teisteren. Karimov heeft in 5 jaar tijd Timurs erfenis in Samarkand bijna geheel hersteld, maar ook bij het verval zal de geschiedenis zich waarschijnlijk herhalen. Als we door een zij-ingang naar binnen proberen te glippen, houden bouwvakkers ons tegen. 'Zakrita'. Als we met duim en wijsvinger aangeven een heel klein beetje binnen te willen kijken, gaan de armen kruislings over elkaar - er zit opnieuw geen rek in.

's Middags willen we een poging doen de Gur Emir te bezichtigen, maar veel hoop er binnen te komen, hebben we niet: het mausoleum met de tombe van Timur zelf zal ook wel 'zakrita' zijn. Als we de koepel naderen, zien we onder de rijkbewerkte poort een agent met iemand praten. Ik geef hem een hand en vraag vriendelijk of we naar binnen mogen. Helaas, dat mag niet, zegt hij beleefd verontschuldigend, maar als we omkeren komt hij ons achterna en toont hij voorzichtig een sleutel waarmee hij kleine draaiende bewegingen maakt. Wij moeten rechtsom naar de achterkant van het mausoleum lopen, maar stilletjes hè? Daar wacht hij op ons en laat hij ons binnen in de ruimte met Timurs tombe (het grootste stuk zwarte jade ter wereld) en die van acht familieleden. De koepel erboven is ook in het zwakke licht van één peertje prachtig, vol flonkerende gouden honingraat-vormen; de muren bedekt met kleurrijke geometrische figuren en meters lange inscripties. 'Negen tombes', zegt onze politiegids, en noemt de namen van de respectievelijke doden, waaronder ook Ulug Beg, om vervolgens te informeren wat we hiervoor over hebben. Wij bieden twee dollar. Dat blijkt voldoende voor nog een extra bezichtiging, namelijk van de werkelijke graven, die in de crypte van het mausoleum liggen. Stil, mondje dicht! We gaan naar buiten, hij ontsluit een kleine bewerkte houten deur en via een nauw gangetje komen we in de crypte. Hierin, zoals onze gids toont, opnieuw negen blokken steen in dezelfde posities ten opzichte van elkaar, met opnieuw dezelfde doden erin, maar dit keer echt. De echte Timur, zo verguisd en nu weer zo vereerd, die Bagdad, Aleppo en Damascus heeft verwoest, evenals Delhi en Isfahan, en van Samarkand in weinig jaren de meest illustere stad van zijn tijd heeft gemaakt. De Timur die van Karimov standbeeld na standbeeld krijgt, met wie de eerste president van het nieuwe land zo graag in één adem genoemd wil worden. Gelukkig voor ons heeft hij een politie-apparaat dat uit zakrita wel eens een slaatje wil slaan. Timur zou de man bij ontdekking ter plekke de kop hebben laten afhakken.

Als we de volgende ochtend iets na zevenen bij de Bibi Chanoum aankomen, is er geen bouwvakker te zien. Opeens staan we, geheel alleen, tussen de drie moskeeën en de muren en minaretten eromheen. Onze ogen dansen over de patronen van lijnen en sterren op de façade van de grootste moskee, over het grote tableau daarboven vol slanke langgerekte arabische sierletters. Iedere letter bestaat uit smalle marmersteentjes, omgeven door donkerblauwe stukjes tegel, zo precies in elkaar passend dat het geheel van veraf niet als mozaiekwerk te herkennen valt. Alle muren zijn met ingelegde steentjes bedekt, sommige met eenvoudige patronen, andere met prachtig uitgesneden details die zich eindeloos herhalen. De dominante turquoise stenen die de koepels hun hemelse kleur geven, zijn dan weer iets lichter, dan weer iets donkerder, waardoor de koepels een ongekende levendigheid hebben. Duiven dalen neer op de koepels, steken af tegen de lucht, vliegen weer op, waarbij hun witte vleugels weer nieuwe patronen vormen tegen de koepel en het lichtblauw van de lucht. Onze ogen houden niet op met kijken, ze springen van lijn naar ster, van koepel naar boog, van blauw naar turquoise, van figuur naar sierschrift.
Dan komen de eerste bouwvakkers het terrein op. Tegen de tijd dat we terug willen voor ons ontbijt in het hotel, wenkt een jongen mij naar de zijkant van de grootste moskee die schuilgaat achter de grote façade met aan weerszijden twee torentjes. Hij klimt naar een gat in de muur en duikt onder een rooster van betondraad door dat het gat provisorisch afsluit. Ik klauter achter hem aan. Hij is mij al een eindje vooruit op een wenteltrap waarvan de treden volledig zijn afgebrokkeld, maar die nog voldoende uitstekende stenen heeft om over omhoog te klimmen. Al snel is het pikkedonker en moet ik op de tast verder. Af en toe kom ik langs een lichtgat en zie ik de resten van de trap. Het gaat erg stijl omhoog. Opeens ben ik boven, volledig in het licht. We staan bovenop de toren van de Bibi Chanoum! Ik kan rustig rondkijken over het terrein, kijk neer op de twee andere moskeeën, de grote blauwe koepel achter mij en de boog boven de toegangspoort die weer opnieuw wordt opgebouwd. Verderop zie ik de Registan en de Gur Emir boven de stad uitsteken, en aan de zijkant Hotel Samarkand. Thubron heeft gelijk: een zee van grijze en bruine daken, van asbest en golfplaat, maar helaas geen besneeuwde toppen. Thubron is hier blijkbaar in een ander jaargetijde geweest.

De Amerikanen blijken ondertussen op de Registan te zijn geweest. Volgens hun gids is de Bibi Chanoum ook overdag gewoon open voor toeristen, als je tenminste een ingang neemt die niet meer wordt gerestaureerd, maar voor de Registan moet je connecties hebben. Alleen 's ochtends vroeg, als de repetities nog niet begonnen zijn, wil de politie misschien ook voor ons een oogje dichtknijpen.

De volgende ochtend is de politie ons opnieuw niet welgezind: 'zakrita', we mogen beslist de Registan niet op. We dralen wat en bekijken op afstand de medresse aan de overkant. Ook dat is mooi, maar niet waarvoor we gekomen zijn. Dan komen er opeens uit een medresse een aantal toeristen tevoorschijn, en even later hun gids. Als we de agent erop attenderen, geeft hij zich gewonnen en opent hij het hek. De gids zegt dat we kunnen rondkijken zoveel we willen, als we maar aan de politie denken als we weer weggaan: niets is hier voor niets. De toeristen verdwijnen, wij lopen weer als enige rond. Het verhaal wordt eentonig, maar niet minder mooi: het is overweldigend, de drie grote, volledig bewerkte medresses rond het grote plein, het evenwicht tussen die gebouwen en de ruimte ertussen, en al die glanzende figuren en patronen op de façades, poorten, koepels, minaretten en muren om ons heen. Het gaat maar door, het houdt niet op. Prachtige figuren, geraffineerde lijnenspelen. Als we weggaan vervoegen wij ons bij de chef van de politie. Hij aanvaardt verbaasd de dollars die we hem overhandigen: sinds wanneer geven mensen ongevraagd geld aan de politie?

 

    ANDERE VERHALEN:

Korte verhalen

Reisverhalen Turkije



Reisverhalen Oezbekistan