ga naar homepagina

3 Octoberstraat 11
2313 ZL Leiden
tel. 071 - 5131024
fax 071 - 5125846

Reisverhaal Oezbekistan

       
  Liesbet geeft les
       
  "Liesbet Winkelmolen leert Oezbeken Nederlands", zo kopten het Nieuwsblad van het Noorden, het Noordhollands Dagblad, het Leids Dagblad en menig andere regionale krant in de zomer van 1996. Liesbet kreeg de reacties uit Oost Groningen, Den Helder en Yerseke, en werd in Leiden herkend op straat. Liesbet stond voor een belangrijke taak, die er niet eenvoudiger op leek te worden naarmate haar vertrek dichterbij kwam.

Op de Universiteit van Wereldtalen te Tasjkent, een tolk- en vertalersschool die in Nederland nog geen HBO-status zou verdienen, zitten de eerste groepen Nederlands in het laatste jaar. Aan het eind ervan zouden ze het moeten kunnen. Maar kort voor Liesbets vertrek kwamen de resultaten van de Leuvense Toets Elementair Nederlands binnen, die aan het eind van het vorige jaar is afgenomen. De bewuste toets test een absoluut beginnersniveau. Niemand was geslaagd. Het gebrekkige niveau is waarschijnlijk al enige tijd geleden ook de schoolleiding opgevallen. Na de vier eerste groepen vierdejaars is er twee jaar later nog slechts één andere groep bij gekomen. In totaal zijn er nu 40 studenten Nederlands.

Alle studenten aan de Universiteit van Wereldtalen studeren twee talen. De eerste taal kiezen ze zelf, de tweede kiest de school voor hun. Niemand heeft Nederlands als eerste taal gekozen; bij de meeste studenten Nederlands is dit Engels of Duits. Een Nederlandse theoloog die reeds op de universiteit Engels doceerde (iedereen die ten westen van Polen woont, is hier English native speaker), is destijds gevraagd de studie Nederlands op te zetten en zo het aantal gedoceerde wereldtalen verder uit te breiden. Liesbet is reeds gevraagd Zuid Afrikaans te gaan doceren, nadat haar eerst gevraagd was of die taal inderdaad op het Nederlands lijkt. Liesbet heeft geweigerd, tot grote spijt van de directeur.

Ieder semester komt in Tasjkent een nieuwe ploeg van vier docenten aan, om hier les te gaan geven voor een lokaal salaris: 2500 sum per maand, omgerekend 60 gulden. De kosten van de vlucht, het visum en de inentingen, omgerekend 30 maandsalarissen, worden niet vergoed. Het lesgeven schept vooral de mogelijkheid om een tijd in Oezbekistan te kunnen verblijven. Tot nu toe waren het studenten Russisch, islamologie en culturele antropologie die hier voor hun stage kwamen. Zonder docentschap zouden ze nooit zo lang in Oezbekistan kunnen wonen. En zonder Nederlandse beurs zou het financieel niet haalbaar zijn. De theoloog had missionaire redenen, maar kon op den duur zijn financiën niet meer rond krijgen. Hij regelt nu de docenten vanuit Nederland.
Liesbet is hier de eerste docent met ervaring in het geven van Nederlands (zij geeft al zes jaar les bij de vakgroep Nederlandkunde aan de Universiteit van Leiden, een studie waar buitenlanders Nederlands kunnen studeren). Zij heeft het aantal lesmethoden teruggebracht tot één. Tot nu toe had iedere docent Nederlands in Tasjkent zijn eigen lesmethode: de studenten leerden de grammatica op vier verschillende manieren tegelijkertijd, en vergrootten op eenzelfde manier hun woordenschat. Drie jaar les krijgen van onervaren docenten, die elk half jaar wisselen en vooral voor het land komen, met vier verschillende methoden tegelijk, en dat in een taal die je niet gekozen hebt, voorwaar niet de eenvoudigste tijdsbesteding.

Verder ontbreekt voor de studenten elk motiverend element. Even leken Nederlandse bedrijven in Oezbekistan geïnteresseerd te raken. President Karimov is begin jaren negentig naar Nederland gekomen en heeft Lubbers de hand geschud. Verder dan een tot niets verplichtend intentieverdrag is het echter nooit gekomen. Sindsdien is het aantal barrières dat hier wordt opgeworpen tegen welke transactie of verplaatsing dan ook, zo toegenomen dat menig buitenlands bedrijf elders een goed heenkomen heeft gezocht. Ook toeristen worden liever geweerd dan binnengehaald. Men lijkt hier alleen in groepen geïnteresseerd: daar valt op georganiseerde manier flink aan te verdienen. Per saldo heeft het Nederlands een Oezbeek niets te bieden.

Het is nu twee maanden later. Liesbet is op de helft. Zij geeft, nu het af en toe vriest in Tasjkent, les in ijskoude lokalen. Krijt ontbreekt, de kopieerapparaten zitten achter slot en grendel, de man die alles voor de docenten moet regelen is er bijna nooit en de roosters worden op de eerste lesdag bekend gemaakt. Op de wc's moet Liesbet al kokhalzen voordat ze haar behoefte kan doen.

Vanaf het begin heeft zij één groep studenten gehad die in hun vijfde en laatste jaar zitten. De andere groep die haar is toegewezen, een groep derdejaars, liep tot half oktober stage in Duitse bedrijven. Van de groep vijfdejaars, die uit elf studenten bestaat, heeft ze er tot nu toe vier gezien. De gemiddelde opkomst ligt tussen de één en twee, waarbij een tweede zich vaak pas na een half uur aandient. Soms is er niemand. De groep is gemengd, maar bestaat in de praktijk alleen uit vrouwen van rond de twintig die nog niet getrouwd zijn. Of liever: die op hun huwelijk zitten te wachten. Ze spreken bijna geen woord Nederlands en kunnen bijvoorbeeld geen woordenboek hanteren (dan moet je bijvoorbeeld weten dat in 'ik ben' het laatste woord van het werkwoord 'zijn' komt, en dat je voor 'hoge' bij 'hoog' moet kijken). Voor veel vrouwen is de 1000 sum studiebeurs vooral een aanvullend inkomen voor de familie. Leren doen deze vrouwen niet, wèl zitten ze voortdurend in een spiegeltje te kijken of de lippenstift nog steeds exact de bocht van de bovenlip volgt en of alle oogwimperhaartjes wel los van elkaar zitten. Vraagt Liesbet of alles er nog goed uitziet, dan leggen ze de spiegel ietwat bedremmeld op tafel, om niet veel later hun gezicht met hernieuwde aandacht naar het tafelblad te draaien. Verder vergelijken ze de lengte van elkaars nagels, kijken ze schaapachtig als hun wat gevraagd wordt en schrijven ze nooit wat op. Een enkele keer slaapt iemand wat bij.

De Oezbeekse samenleving zit anders in elkaar dan de onze. Diploma's en banen worden vaak gekocht of geregeld. Waarschijnlijk is ook een studie aan de universiteit een stuk gemakkelijker als je vooraf dollars op tafel legt of als een invloedrijke persoon je met je carrière helpt. Het studentschap levert je vijf keer twaalf maanden een beurs op en na afloop een diploma, wat de moeite waard is. Aan mensen zonder geld of relaties worden waarschijnlijk hogere eisen gesteld qua opkomst en studieprestaties.
Voor talen waar je echt wat aan kunt hebben, loont het zich om je in te spannen. Er zijn voldoende studenten die goed Frans, Duits of Engels spreken. Maar Nederlands... De studenten hebben zo'n veertig tot vijftig uur college, en dan vormen de Nederlandse lessen prettige uitrust-uurtjes.

Bij een studie waarvan je je bij aanvang reeds van een diploma hebt verzekerd, passen geen onvoldoendes. Maar ook los daarvan is het hier niet gebruikelijk dat je blijft zitten. Vrouwen die een baby krijgen, schuiven na enkele maanden weer aan alsof ze nooit zijn weggeweest. Reeds in de eerste weken verordonneerde de decaan, die hier per decreet regeert, dat er een hertentamen moest komen voor iedereen die aan het eind van het derde jaar de toets niet had gehaald (zodat ze alsnog officieel tot het vierde jaar konden worden toegelaten). Dat leek Liesbet moeilijk: zij kende de meeste studenten niet, terwijl geen docent hier ooit aan verslaggeving gedaan; zij wist dus niet welk niveau zij moest toetsen. Dat was hààr probleem, volgens de decaan: zij was de leraar en wist dus hoe je moet toetsen. De toets moest volgende week worden afgenomen. Liesbet wierp nog tegen dat de studenten zich er dan niet op konden voorbereiden. Dat was geen probleem: ze hadden de hele zomer de tijd gehad.
Een week later heeft Liesbet een toets afgenomen die een zeer laag niveau toetste en die zo veel mogelijk diagnostisch was ingericht, om een breed beeld te kunnen krijgen van de vaardigheden. Die bleken er eigenlijk nauwelijks te zijn. Om niet iedere week verplicht een nieuwe toets te moeten afnemen, heeft ze 70% een drie gegeven, wat een kleine voldoende is (cijfers lopen hier van een tot vijf), en de allerslechtsten een twee (onvoldoende). Dat gaf grote problemen met de decaan, want hoe kon ze hun beste studenten, die altijd vijven halen, zulke lage cijfers geven? Dat kon alleen de slechtste docenten overkomen. Wekenlang heeft hij erover geklaagd, maar tot een oplossing is het nog niet gekomen. Het aantal studenten dat Liesbets lessen bezoekt, is sindsdien niet toegenomen.

Inmiddels heeft de tweede groep de stageperiode er op zitten. Deze groep bestaat uit zes vrouwen van rond de twintig, allen getrouwd en zwanger of met kinderen (of beide). Meer nog dan voor de vrouwen uit de eerste groep geldt voor hun dat ze wel wat beters te doen hebben dan Nederlands leren, maar zij tonen toch een grotere inzet. Sommigen kunnen in dit laatste studiejaar een beetje Nederlands. Dat maakt het lesgeven bepaald leuker. Planmatig lesgeven is ook bij deze groep onmogelijk. De opkomst wisselt ook hier te sterk. Laatst begon de les met één student en eindigde die anderhalf uur later met vijf en een baby. Je kunt daardoor niet les voor les een boek doornemen en zo de kennis geleidelijk aan uitbreiden. Bovendien zijn de verhalen uit de lesboeken erg vreemd voor deze vrouwen. Dat Willem Nijholt met zijn vijftig jaren slechts samenwoont en geen kinderen heeft, valt hier domweg niet te begrijpen. Als Liesbet ze vraagt hun beste eigenschap op te schrijven, variëren de antwoorden van 'ik ben een goede vrouw voor mijn man' tot 'ik ben een goede moeder voor mijn kinderen'. Dat is hier van belang. Gisteren heeft Liesbet gewoon wat met ze gepraat naar aanleiding van hun klachten die te maken hadden met zwangerschap (overgeven) of zogen (pijnlijke borsten). Daar weet Liesbet nu weer alles van.

Lesgeven blijft hier toch vooral een vorm van bezigheidstherapie waaraan noch de docenten, noch de meeste studenten zich kunnen onttrekken (behalve die paar studenten die het lukt om permanent de lessen over te slaan). De studenten zijn verpest door het lage niveau van het onderwijs dat ze jarenlang hebben gekregen van docenten die elkaar in hoog tempo afwisselden. De docenten zijn waarschijnlijk stuk voor stuk afgeknapt op het lage niveau, de lage motivatie van de studenten, de wisselende opkomst en hun eigen onvermogen om toch iets van de lessen te maken.

Ook de relatie met de decaan is er een van groeiende frustratie. Nederlanders houden over het algemeen niet van bazen die slechts blaffen en vermanen. Zeker niet als het om, in onze ogen, vreemde directieven gaat. De opdracht om een hertentamen te maken was er zo een. Je weet dat je iedereen en jezelf onnodig in de problemen brengt als je het niet doet en als je niet bijna iedereen een voldoende geeft. Voor de taalvaardigheid en de toekomst van de studenten is het allemaal van geen enkel belang. Liesbets enige alternatief is er niet meer aan mee doen en dus haar baan opzeggen, maar dan kun je ook gelijk het land uit, en daar was het ons allemaal niet om te doen.

Van de vorige docenten hebben de meesten na verloop van tijd de opdrachten nog slechts welwillend aangehoord. Volgens de decaan hebben verschillende docenten in het verleden toegezegd een jaarplan op te stellen, maar hij heeft er nooit een gezien. Hij is er erg kwaad over. Liesbet heeft het wel gemaakt, omdat ze ook vindt dat het er moet zijn. Het besloeg één A4-tje. De decaan heeft het aangenomen en ongelezen gezegd dat dit natuurlijk onvoldoende was. Er zou bijvoorbeeld verschil gemaakt moeten worden tussen de programma's voor de derde en de vijfde jaars. Liesbet wees aan waar ze dat gedaan had. Toen bond hij wat in, maar herstelde zich en zei opnieuw ernstig verstoord: 'ik heb toch gezegd dat je het bij het hoofd van de afdeling Germanistiek moest brengen!'. Zulke gesprekken vinden altijd plaats in zijn kamer, waarin nog vijf anderen staan verdringen om hem te kunnen spreken. Mogelijk is zijn koeionerende stijl voor een deel historisch te verklaren: de voortdurende wisselingen onder de docenten waardoor hij geen vat op ze heeft kunnen krijgen, hun vrijblijvende gedrag, de steeds niet uitgevoerde toezeggingen, het lage lesniveau en de recente onvoldoendes. Toen Arnout, een mede-docent, bij hem ging klagen dat de portier van de dormitory van de universiteit, waar wij allen officieel gehuisvest zijn, niet open had gedaan toen hij na tienen thuis was gekomen, barstte hij los: dat de docenten niet zomaar een nacht weg konden zonder dat aan hem te melden, dat iedereen altijd om tien uur binnen moest zijn, dat er geen alcohol op de kamer mocht worden gedronken en dat bezoek verboden was. Misschien voelt hij zich verantwoordelijk voor hun veiligheid. Na achten zou de stad niet veilig zijn. Bovendien wordt hij er misschien op aangesproken als de docenten iets overkomt of als ze ongeoorloofd gedrag vertonen. Maar met zijn tirades geeft hij de docenten het gevoel dat het lijfeigenschap hier nog niet tot het verleden behoort. Ze mogen niets, moeten alle opdrachten klakkeloos uitvoeren en moeten tevreden zijn met een salaris dat twee procent van alle kosten dekt. De kloof tussen de twee culturen zal in vier maanden niet te overbruggen zijn.

De docenten vragen zich vertwijfeld af hoe je onder zulke omstandigheden serieus te werk kunt gaan. Misschien moeten ze voor een wat meer Oezbeekse aanpak kiezen: laatst vroeg een groep aan Arnout of hij geen Duits kon geven, omdat de leraar Duits eerst 3000 soem per leerling wilde voordat hij verder zou gaan met lesgeven.

Liesbet heeft inmiddels een paar keer bij de decaan geklaagd over de slechte opkomst bij de eerste groep. Iedere keer riep hij 'They will be punished'. Tot drie weken voor het einde van Liesbets lesperiode zal iedere vorm van bestraffing of waarschuwing in die richting uitblijven, maar dan is het opeens raak: de hele groep vijfdejaars zal niet mogen afstuderen in Nederlands en de lessen worden voor deze groep gestopt. Het ontbreken van een tweede taal op het diploma is een zware straf voor de studenten, zeker voor degenen die nog wèl af en toe zijn verschenen. En Liesbet is achteraf dus drie manden lang voor niets iedere maandag om zes uur opgestaan. Van haar had de decaan wel wat eerder in actie mogen komen, en iets minder rigoreus.
De laatste weken heeft ze dus alleen de groep derdejaarsstudenten. Maar drie weken voordat de lessen aflopen, is ze plotseling ook haar lokaal kwijt. Als ze het wil binnengaan, zit er opeens een plaatstalen deur voor, met een indrukwekkend nieuw slot. Japan heeft hoogwaardige spulletjes gestuurd voor de lessen Japans en die moeten goed achter slot en grendel. De man met de sleutel is onvindbaar. In het lokaal staan alle boeken die voor de Nederlandse lessen nodig zijn; die moet ze er maar een keer met kast en al uithalen, met hulp van een paar studenten. Hier eindigen Liesbets lessen: het kleine zijvertrekje waarnaar de docenten Nederlands verbannen zijn, blijkt de resterende drie weken onvindbaar te zijn voor haar overgebleven studenten. Het zal hen wel goed uitkomen, want rond de jaarwisseling zijn er tentamens voor alle vakken behalve Nederlands, dus zij hebben wel iets belangrijkers aan hun kop dan het verschil tussen 'hebben' en 'zijn'.

 

    ANDERE VERHALEN:

Korte verhalen

Reisverhalen Turkije



Reisverhalen Oezbekistan